10.21.2009

God in de filosofie: naïef bijgeloof of bittere noodzaak?



Tijd en plaats: Woensdag 4 november van 18.30 tot 20.00 uur in het Zwijssengebouw (Stiltecentrum). Na afloop is er een borrel.

Donald Loose en Ruud Welten, beiden experts op het gebied van de religiefilosofie en (o.a.) de Franse fenomenologie, gaan in gesprek over de betekenis van de godsvraag en de geloofsdaad in de filosofie.

Kan de filosofie op zichzelf staan of moet ze zich uiteindelijk toch op geloofsinhouden beroepen? Toen bijvoorbeeld Descartes het bestaan van de empirische werkelijkheid wilde bewijzen, beriep hij zich op ‘God’. Was hij naïef, bang voor de Kerk, of trof hij juist een wezenlijk aspect van onze verhouding tot de werkelijkheid buiten ons? Ook Kant, gerenommeerd Verlichtingsdenker, meende dat natuurwetenschap zonder geloof uiteindelijk niet mogelijk is. Daarom worden de godsvraag en de geloofsdaad in de filosofie niet beheerst door de vraag: “Bestaat God wel of niet?” Minstens zo wezenlijk voor de filosoof is het besef, dat onze toegang tot de wereld misschien wel helemaal niet zonder religiositeit gedacht kan worden.
De discussie vertrekt vanuit het probleem, dat je de vraag naar het bestaan van God niet onbevangen kunt stellen. Ook als een atheïst God verwerpt, dan claimt hij toch te weten wat God had moeten zijn, maar niet is. Evenmin kan de gelovige zomaar beweren in God te geloven. Als hij zeker zou weten dat datgene, waarin hij gelooft, inderdaad God is, dan moet hij ook weten wat God is. En als je dat weet wordt het onzinnig om te zeggen dat je in God gelooft. Het is dus zaak om ter discussie te stellen of het specifieke godsbeeld het juiste is. Om de juistheid te bepalen heb je weer beoordelingscriteria nodig. Er is een complex weefsel van denkstappen nodig om ons dichter in de buurt van de godsvraag en de geloofsdaad moeten brengen.

Donald Loose zal verdedigen, dat geloven altijd intentioneel moet zijn, omdat het goddelijke niet ervaren kan worden. Dit standpunt ontkent dat mensen een intellectuele aanschouwing hebben: we kennen de eerste oorzaak van de dingen niet. Dat heeft grote gevolgen voor de mogelijkheid van metafysica.

Ruud Welten daarentegen meent dat geloven juist een houding van receptiviteit is en een ervaring (receptie) van het goddelijke in zekere zin wel mogelijk is. Juist de fenomenologische methode is in staat de valkuil van de metafysica en de intellectuele aanschouwing te vermijden.

Onder leiding van promovendus Arthur Kok ondermijnen ze niet alleen de gangbare denkbeelden over God, maar zullen ze uiteindelijk ook onderling strijd voeren over de redelijkheid van de filosofie zelf.

meer info

10.09.2009

Lezing tijdens congres over de dood

Ruud Welten Een plaats voor de dood in het leven

In de voordracht wordt de vraag gesteld hoe wij in ons leven geconfronteerd worden met de dood. De vraag wordt fenomenologisch benaderd, dat wil zeggen: er wordt niet uitgegaan van theorieën of concepten van de dood, maar van wat ons in de directe ervaring gegeven is. Dit uitgangspunt leidt ons niet in eerste instantie naar onze eigen dood, waarvan we immers geen ervaring hebben, maar naar de dood van onze naaste. De dood van de naaste, in de vorm van zorg en rouw, confronteert ons met de bodem van ons eigen bestaan: de tot dan toe zinvolle kaders in het leven worden aangetast.

meer informatie: http://www.filosofieengeneeskunde.nl/

Vereninging voor fiosofie en geneeskunde, jaarcongres 2009
Dood. Geneeskunde en het belang van een filosofische reflectie op het levenseinde

Datum en tijd: zaterdag 17 oktober 2009, 10.00 - 17.00 uur
Locatie: Leids Universitair Medisch Centrum
Gratis voor VFG-leden; €60 voor niet-leden (€20 studenten en aio's). Koffie, thee en lunch zijn daarbij ingebrepen.

De dood speelt een vaak onopgemerkte maar belangrijke rol in actuele discussies in de geneeskunde. Het gaat daarbij niet alleen om de zorg rondom het levenseinde, wilsbeschikkingen, of om orgaantransplantatie. De centrale plaats van de dood is gegeven met het voortdurende, en tot mislukken gedoemde, gevecht tegen veroudering, verval en, uiteindelijk, het einde van het leven. Veel geneeskundige discussies over de dood hebben een ethische invalshoek. Daarbij wordt zelden ingegaan op de metafysische, kentheoretische en wijsgerig antropologische problematiek die de dood kenmerkt.